Vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit, maar niet voor asielzoekers

De kernwaarden van de Nederlandse rechtsstaat gelden alleen als je hier geboren bent, zo blijkt ook uit het landenrapport over Nederland door de Europese Commissaris voor de Rechten van de Mens, Thomas Hammarberg.

De kernwaarden van de rechtsstaat zijn: vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit, zo staat te lezen op de website van het ministerie van Justitie. Burgers begrijpen deze kernwaarden niet altijd even goed, vindt het ministerie, en bovendien kunnen ze leiden tot conflicten of dilemma’s, zoals de bekende spanning die vrijheid oproept als de veiligheid in het geding is. Er is dan ook een speciale commissie ‘Uitdragen kernwaarden van de rechtsstaat’ in het leven geroepen en die heeft in 2008 advies uitgebracht aan het kabinet.

In datzelfde jaar, september 2008, bezocht Eurocommissaris voor de Rechten van de Mens, Thomas Hammarberg, Nederland en beschreef zijn bevindingen in een landenrapport.

Over de behandeling van asielzoekers merkt Eurocommissaris Hammarberg bezorgd op:

  • dat de kwaliteit van de ambtsberichten waarop de IND haar beslissingen baseert mager is
  • dat de rechter slechts de procedure toetst en NIET de inhoud van het asielverhaal
  • dat de vluchteling die in beroep gaat, dit beroep NIET in Nederland mag afwachten en geen nieuwe feiten mag aandragen
  • dat de Raad van State een beslissing mag nemen, zonder de overwegingen prijs te geven en dit ook regelmatig doet

De situatie voor minderjarige asielzoekers is zo mogelijk nog schrijnender. Kinderen hebben geen schijn van kans. En de kinderen die binnen drie jaar na hun asielaanvraag 18 jaar worden, worden zonder pardon het land uit gezet. Dat dreigt ook enkele leden van Afrisinia te overkomen. Hun meerderjarige (namelijk 22 of 23 jaar oude) ‘broers en zussen’ krijgen de gelijke behandeling die iedere asielzoeker krijgt. Op basis van een ‘niet-tenzij’-beleid, beschikt de IND onophoudelijk negatief, toetst de rechter marginaal, namelijk alleen of de IND de procedure wel gevolgd heeft en worden de jongeren gesommeerd om zich te melden bij de Dienst Terugkeer & Vertrek om via een Vrijheids Beperkende Lokatie (eufemisme voor gevangenis) terug gestuurd te worden naar Ethiopië, waar een dictator en zijn vrienden hen met open armen zullen ontvangen en linea recta doorsturen naar een Vrijheids Beperkende Lokatie waar enkel de ratten in hun voedsel kunnen voorzien.

Lang leve de kernwaarden van de rechtsstaat: vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit. Wie begrijpt het nu niet goed: de burger die het opneemt voor een medemens of de wetgever zelf?

uit: Report Commissioner for Human Rights, Thomas Hammarberg, on his visit to the Netherlands. (21 -25 September 2008)

47. Asylum decisions of the IND are partly based on information from the Ministry of Foreign Affairs contained in official reports (ambtsberichten) the accuracy of which have been questioned by the NGO Refugee Council, the national ombudsman and in one case also by the ECtHR. Under the accelerated procedure, appeals must be lodged within one week with the District Court and on appeal with the Council of State. The courts do not make an assessment on the merits but only examine points of law.

Appeals under this procedure do not have suspensive effect and applicants are not allowed to await the outcome of the procedures in the Netherlands but must leave the country. UNHCR has consistently taken the position that the suspensive effect of asylum appeals is a critical safeguard to ensure respect for the principle of non-refoulement. The applicant can apply to a district court for an injunction to prevent expulsion.

48. Asylum seekers do not have a right to stay in the reception facilities during the appeal procedure. Under current Dutch law, decisions of the IND are subject to a limited scrutiny by the courts, the facts largely deemed to be established as found by the State Secretary, including the credibility assessment of the applicant. Evidence that theoretically could have been brought forward earlier may not be taken into account at the appeal stage. This leads to a considerably high number of repeat applications. The Council of State may deliver a judgment without a reasoning and frequently does so.

Nederland schendt Mensenrechten

Persbericht op 15 maart 2010 n.a.v. voorpaginanieuws in de Volkskrant waarin beschreven staat dat het Europees Comité voor Sociale Rechten de Nederlandse regering berispt over het op straat zetten van minderjarige asielzoekers. Het verhaal van Afrisinia is exemplarisch hiervoor.

 

APS: Van Empel Woordwerk: ‘Nederland schendt Mensenrechten’

Publicatietijd: 15/03/2010 11:20

Rubriek: Binnenland Organisatie: Van Empel Woordwerk B.V. IPTC: Justitie / Rechtspraak / Mensenrechten

Dit is een origineel persbericht.

Dat Nederland de Mensenrechten schendt, blijkt niet alleen uit de recente bindende uitspraak van het Europees Comité voor Sociale Rechten tegen het op straat zetten van uitgeprocedeerde Nederlandse asielzoekers met kinderen, maar ook uit de wijze waarop Nederland een ‘familie’ Ethiopische circusartiesten heeft behandeld.

De groep van 22 jongeren, waaronder veel minderjarigen, kwam op 24 mei 2007 naar Nederland op uitnodiging van een grote sponsor. Prompt ontsnapten zes leden van het circus aan de controle van de leiding, die de paspoorten had. De overige 16 leden van het circus, waaronder momenteel vijf minderjarigen, werden opgesplitst. De minderjarigen werden uiteindelijk, onder toezicht van een voogd, in gezinsvervangende huizen geplaatst in Tilburg en Waalwijk, met als argument dat ze dan dichtbij de rest van de groep zouden wonen, zodat de 16 jongeren samen konden oefenen. De 11 volwassen tieners en twens werden door het Centraal Orgaan voor de opvang van Asielzoekers (COA) eerst in Eindhoven geplaatst en daarna in Vught, waar enkele burgers zich over hen ontfermden en de Stichting Afrisinia in het leven riepen. Onder die naam werden vele optredens verzorgd in heel Nederland en ook in België (zie YouTube, kanaal frankvanempel). Intussen voerde de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) procedures uit tegen individuele leden van het circus. Daarbij ging het alleen maar om de vraag of de verklaringen van de individuele leden geloofwaardig en consistent zijn. Van meet af aan werd de groep niet als eenheid behandeld. Een aantal rechters zette daar vraagtekens bij. Ook bij het feit dat de IND de individuele verklaringen niet vergeleken had. Had de IND dat wél gedaan, dan zouden de inconsistenties en ongeloofwaardigheden zijn verdwenen als sneeuw voor de zon. Alle individuen hebben namelijk hetzelfde verhaal. Alleen vertelt de één dat wat meer onbeholpen dan de ander. Pas toen het voor Afrisinia te laat was, erkende de IND dat de 16 jongeren samen waren gekomen en ook samen terug willen gaan. Ketenpartner COA had toen zijn vernietigende werk al gedaan. Eerst wilde het COA de 11 volwassen jongeren uitplaatsen naar ‘s-Gravendeel, ver van de vijf minderjarigen. Stichting Afrisinia en de nodige tamtam in de pers wisten daar Dongen van te maken. Vanuit Dongen werden ze vervolgens naar Bellingwolde in Noord-Groningen gedeporteerd. Afrisinia protesteerde, weigerde te vertrekken en kreeg een kort geding van COA aan de broek. Afrisinia won dat kort geding. COA weigerde de jongeren anders onderdak te verlenen dan in Bellingwolde en keerde ook geen zakgeld meer uit. Particulieren namen vrijwillig en voor eigen kosten de overheidstaak op zich. Dat ging redelijk goed, totdat de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) advocaat Hillen  van Afrisinia liet weten ‘actief jacht te gaan maken’ op de uitgeprocedeerde leden van het circus. Er brak paniek uit. Afrisinia durfde niet meer op te treden. De individuele leden durfden ook niet meer bij de particulieren te blijven die hen tot dan toe onderdak boden. Ze stoven uiteen en zijn nu verspreid over heel Nederland. Twee nog niet uitgeprocedeerde leden meldden zich bij het asielzoekerscentrum in Emmen en riskeren uitzetting door de IND, die steevast als eerste op de hoogte is van rechtelijke uitspraken en dus steeds een stap voorloopt. Eén lid, dat een opleiding aan de Circusacademie in Tilburg volgt slaapt twee dagen per week bij de daklozenopvang en zoekt een dak boven zijn hoofd. Zijn ‘familieleden’ zijn ondergedoken in kraakpanden, of zwerven door diverse steden en verblijfplaatsen. De 16 voelen zich broer en zus van elkaar, maar worden niet als gezin of familie erkend door de Nederlandse autoriteiten. Dit is wrang, omdat een aantal leden wees is en dus op straat zou komen te staan in Ethiopië. De 16 zijn van jongs af aan bij elkaar, ze zijn – soms in het bijzijn van hun broer of zus – verkracht door de circusleiding en bestuursleden die nauwe banden onderhouden met het dictoriale regime in Ethiopië. Een aantal is gedwongen tot prostitutie. Ze konden geen kant uit en vrezen dan ook in hun eentje of als kleine groep uitgezet te worden. De Nederlandse autoriteiten hebben zich tot nu toe volledig ongevoelig getoond voor deze feiten. Zij hebben slechts aandacht voor procedures. De COA is zelfs in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van de rechter dat de 11 volwassen leden van het circus niet konden worden gedwongen om naar Bellingwolde te gaan. Het asielzoekerscentrum in Dongen is intussen volledig ontmanteld. Als Afrisinia in hoger beroep gelijk krijgt, dan moet het terug naar iets wat er niet meer is. Intussen dient er ook nog een bodemprocedure. De Nederlandse autoriteiten maken een operette van het asielbeleid.

De Stichting Afrisinia zit intussen niet stil. Advocaat Hillen uit Tilburg heeft een aantal uitgeprocedeerde circusleden naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens geloodst. Met success!

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft, net als het Europees Comité voor Sociale Rechten, fundamentele kritiek op het Nederlandse asielbeleid. Het EHRM vraagt aan de demissionaire regering Balkenende of er onderzoek is gedaan naar de waarheid van de verklaringen van de Ethiopische jongeren van Afrisinia over de mensonterende toestanden waaraan ze blootstonden. Het antwoord van de Nederlandse regering zal NEE moeten luiden: ‘Nee, we hebben nooit onderzocht of het waar is wat de jongeren vertellen.’

In Ethiopië werden ze onderdrukt, seksueel misbruikt en bedreigd. In Nederland is nooit serieus op hun verhaal ingegaan. Geen asiel. Ondanks ambtsberichten en andere documenten die hun verhalen bevestigen. Het Europees hof voor de Rechten van de Mens is hun laatste hoop. Een rechter die naar het verhaal kijkt, in plaats van naar de procedure. Afrisinia goes Europe. En Europa roept het kabinet Balkenende ter verantwoording. Op 11 maart had Nederland antwoord moeten geven op vragen van de rechter over de wijze waarop de asielprocedure van de leden van Afrisinia verloopt. De Stichting Afrisinia en advocaat Hillen weten nog van niks. Een verzoek aan demissionair staatssecretaris Albayrak om hulp is gestrand bij de fractie van de PvdA in de Tweede Kamer. Die vond de zaak niet urgent genoeg. Op een rechtstreeks appèl aan de staatssecretaris voor Vreemdelingenbeleid is nooit geantwoord. Wordt vervolgd.

Bij dit persbericht is een bijlage zichtbaar op www.perssupport.nl

The Afrisinia Fence Project, Korte film Afrisinia in AZC Dongen na het vonnis van de rechtbank Breda dat COA de groep niet mocht splitsen.

 

 

Ecolutie, be the change

www.ecolutie.nl: website over duurzame ontwikkeling.
Als we duurzame ontwikkeling nastreven, hebben we een integrale benadering nodig. We moeten leren de verbanden te zien tussen de systemen waarin we leven. Duurzame ontwikkeling gaat nadrukkelijk over de koppeling tussen mens, planeet en economie.

 

Uiteindelijk draait alles om de mens. De mens is niet geïnteresseerd in het voortbestaan van de planeet of de economie zonder dat hij daarbij het middelpunt blijft. Zonder mensen mag de aarde vergaan. Althans vanuit menselijk oogpunt. Waarschijnlijk zal de aarde niet vergaan, wat wij ook doen. We graven hooguit het graf van ons eigen ras. De planeet kan heel goed voor zichzelf zorgen.

Duurzame ontwikkeling gaat niet over klimaatverandering. Het gaat niet over de vraag of er global warming of global cooling plaats vindt. Niet over de zoektocht naar hernieuwbare, schone energiebronnen. Of het al dan niet slagen van Kopenhagen. Dat zijn allemaal deeltjes, waarvan aparte oplossingen ons niet verder zullen brengen. Sterker nog, nu de stem van klimaatsceptici harder klinkt en meer gehoor vindt, lopen we het risico een belangrijke kans mis te lopen. De transitie naar een betere wereld.

Duurzame ontwikkeling gaat over hier en nu, daar en later, met als middelpunt de P van people. Armoede, hongersnood, tekort aan drinkwater, vervuilde lucht, zijn problemen die we op kunnen lossen als we leren anders om te gaan met natuurlijke bronnen, materialen, energie en tegelijkertijd onze economie anders inrichten.

Er is genoeg op aarde om al het leven te voorzien van meer dan de basisbehoeften. We hoeven het alleen maar slim te gebruiken, nieuwe combinaties te maken en leren om te delen. De zon schijnt voor ons allemaal.

Decentrale, schone energie opwekking is een van de manieren om duurzame ontwikkeling te stimuleren. Stel je voor: overal ter wereld elektriciteit, warmte of koelte. Dat komt de voedselvoorziening ten goede. Net als de verspreiding van kennis, namelijk middels het internet. Iedereen kan contacten leggen die geografisch ondenkbaar waren, informatie uitwisselen, communities vormen. Niet alleen de rijken der aarde. Dictaturen zullen het lastig krijgen. Mensen die niet onderdrukt worden en geen honger lijden, hoeven bovendien niet te vluchten. Als we allemaal gelijkwaardig zijn, kunnen de grenzen gemakkelijk open. De angst dat ‘zij komen halen wat wij hebben’ verdwijnt. We worden allemaal gelukkiger.

Duurzame ontwikkeling gaat over gedrag, besluitvorming en techniek. Het gaat over in elkaar grijpende systemen, individuen, groepen, instituten, landen. De natuur inzetten waar ze het sterkst is, door biomimicry en andere nabootsingen of slimme combinaties. Het gaat over samenwerken en delen. Het is per definitie decentraal. Iedere situatie en iedere omgeving heeft andere issues en behoeft andere oplossingen. Ieder mens heeft andere voorkeuren. Duurzame ontwikkeling gaat over geluk.

Als we duurzame ontwikkeling nastreven, hebben we een integrale benadering nodig. We moeten leren de verbanden te zien tussen de systemen waarin we leven. Duurzame ontwikkeling gaat nadrukkelijk over de koppeling tussen mensen, planeet en economie.

De website www.ecolutie.nl zoekt naar die samenhang. Opgezet rondom het gedachtegoed dat beschreven staat in het proefschrift van Frank van Empel en Martin Bakker: Allemaal winnen. Gedachtegoed dat nooit af is. Het woord ‘ontwikkeling’ geeft dat al aan.

We nodigen iedereen uit om mee te denken en mee te doen. Je kunt reageren, maar ook artikelen insturen. Allemaal winnen is een zaak van allen.

nonfiXe, 10 maart 2010

Een zekere toekomst voor jonge mensen: vervolging en misbruik

Zestien Ethiopische jongeren stranden in de Nederlandse asielprocedure. Sinds mei 2007 wachten de jongens en meisjes van circus Afrisinia in asielzoekerscentra op bescherming. De IND wil hen op basis van algemene argumenten uitwijzen naar een zekere toekomst: vervolging en misbruik.

 

Krar, Ethiopisch snaarinstrument

Ethiopisch jeugdcircus Afrisinia

De jongeren van Circus Afrisinia zijn tussen de 14 en 24 jaar oud. Ze komen uit Addis Abeba uit de armste gezinnen – In Ethiopië moet 80% van de bevolking van minder dan $ 20,- per maand zien te overleven – Een aantal van hen is straatkind. De groep is al van jongsaf aan bij elkaar. Ze vormen een familie. De COA in Nederland behandelt hen ook als sociale eenheid.

Dictatuur: foltering en misbruik

In Ethiopië voeren Minister President Meles Zenawi en zijn regeringspartij een strak dictatoriaal en willekeurig beleid. De jongens en meisjes van Afrisinia hebben dat aan den lijve ondervonden. Meerdere malen zijn ze opgepakt en zonder proces in de gevangenis beland. Het uitdelen van pamfletten voor de oppositie partij of toevallig ergens aanwezig zijn, zijn hiervoor voldoende aanleiding.

De jongens vertellen over martelingen. Zo is een van hen enkele dagen en nachten lang in een ton koud water gezet, tot aan zijn kin. Als hij in slaap viel, zou hij verdrinken. Af en toe haalden zijn bewaarders hem er even uit om hem later weer terug te zetten.

Een andere jongen vertelt hoe hij zich als jong kind aanmeldde en de poort naar het circus zag eruit als de poort naar de hemel. Hij kreeg muziekles, betaalde hiervoor 10 birr contributie. Hij had talent en steeg in de hiërarchie tot hij de ‘top’ namelijk de eerste groep bereikte. Toen moest hij de oorlog tegen Somalië verheerlijken en mensen aanzetten zich te melden voor militaire dienst. Ook andere ‘boodschappen’ van de regering Zenawi werden in voorstellingen gegoten. Hij wilde dat niet, hij was het er niet mee eens, daarom besloot hij het circus te verlaten. Er volgde een ‘gesprek’. Een pistool op tafel en dreigementen: ‘jij blijft en jij doet wat wij willen’. Hij bleef. In Nederland zag hij de kans schoon om te ontsnappen.

De meisjes werden gedwongen mee te gaan met ‘belangrijke’ mannen (lees: sponsoren) en seks met hen te hebben.

Mercator, Addis Abeba. Mannen gebukt onder zware vrachten, kinderen en ouderen moeten bedelen of verkopen papieren zakdoekjes

De kinderen zijn slachtoffer van meerdere vormen van intimidatie, gevangenneming, verkrachting en oneigenlijke machtsuitoefening. Ze moeten optreden zonder hiervoor enige vergoeding te ontvangen behalve één maaltijd per week.

Unicef en Oxfam Novib

Het circus waar de kinderen ‘opgevangen’ werden, wordt geleid door (ex)politici waaronder de voormalige minister van Informatie Asfaw Netsanet. Onder de paraplu Circus Ethiopië zijn, verspreid over het land, vijf jeugdcircussen actief. Deze worden gesponsord door verschillende westerse organisaties, zoals Unicef en Oxfam Novib. In de periode 2001-2005 ontving de organisatie alleen al van Oxfam Novib € 450.000,-. Veel geld in een derde wereld land waar zoals gezegd $ 20,- per maand het huishoudgeld van het merendeel is. (Oxfam-Novib webpagina, verwijderd na deze berichtgeving)

De jongeren die in Nederland asiel hebben aangevraagd, vormden de beste groep. Ze kwamen als ‘ambassadeurs’ naar Nederland voor een optreden op het Wereldkinderfestival (eveneens betaald door Oxfam € 43.250,-). Nu zij niet zijn teruggekeerd en hun verhaal hebben verteld aan de Nederlandse autoriteiten en pers, lopen de kinderen nog meer gevaar om terug te keren. Aangezien ze een groep vormen, trekken ze de aandacht. Hun asielaanvraag heeft dan ook in de krant gestaan in het land van herkomst. De willekeur van weleer zal veranderen in gerichte represailles door overheid en het daarmee verbonden circus management. De (financiële) belangen en het gezichtsverlies zijn namelijk groot. Niemand kan en zal hen beschermen. En niemand zal weten wat er met hen gebeurt, aangezien er van vrije pers geen sprake is in Ethiopië.

Circusact tijdens Generaal Pardondagen

In Nederland hebben de jongeren zich steeds van hun beste kant laten zien, door op te treden op Generaal Pardondagen in diverse gemeentes, op festivals en multiculturele aangelegenheden. Ze zijn talentvol (waren Nr 1 van Circus Ethiopië) en ambitieus. Hun shows zijn een verrijking voor onze samenleving. Traditionele instrumenten (krar, masenqo, fluit) en dansen vermengen met Westerse muziek en theater. Afrisinia heeft samengewerkt met Nederlandse artiesten en regisseurs, waaronder Kasba, Bart de Rijk, Koen Schyvens en Lisah Baart.

Kortom: win-win kan door hen hier een bestaan te laten opbouwen. Het betekent veiligheid en een toekomst voor jonge mensen en een verrijking voor Nederland.

De situatie op 6 maart 2009

Asiel voor minderjarigen

Twee minderjarigen hebben een tijdelijke verblijfsvergunning gekregen omdat ze in het land van herkomst risico lopen besneden te worden. De meisjes die al besneden zijn, ontvingen zonder uitzondering een negatieve beschikking. Alle jongens hebben een negatieve beschikking ontvangen.

IND

Het voornaamste argument van de IND luidt dat geen van de jongeren persoonlijk vervolgd zal worden, ongeacht de stroom aan berichten die het tegendeel bewijst en zonder rekening te houden met het feit dat de groep als zodanig aandacht trekt in Ethiopië.

Aangezien de kinderen hun land legaal konden verlaten, zo redeneert de IND, kunnen ze ook terug. Een statische denkwijze. Doordat de groep en masse asiel heeft aangevraagd en hun verhaal heeft verteld, lopen alle leden het gevaar gericht vervolgd te worden.

Australië heeft in 2005 asiel verleend aan een groep artiesten/jongeren van Circus Ethiopië die om soortgelijke reden en op eenzelfde wijze bescherming vroeg.

Alle jongeren die een negatieve beschikking ontvingen, zijn in hoger beroep gegaan. De eerste twee zittingen vinden plaats op 25 maart om 15.30h in de rechtbank in Roermond. De derde zitting is in Maastricht, op 31 maart om 13.30h. Er is weinig aandacht voor het totale verhaal dat uitmondt in individuele drama’s.

nonfiXe, maart 2009

Sand en Dwaaltje

Sand en Dwaaltje praten met hun katten, hond en vleermuis, ontmoeten spoken en redden de moeder van het Geluk uit het Mega Multimedia Prietpraatpretpark.
Voor Max en Loïs, Mana en Jibbe.
Door: Caro Sicking

Het witte huis is echt een huis, zoals een huis hoort te zijn. Hoge muren dragen een schuin rood pannendak met twee schoorstenen die roken als het buiten koud is. Door de grote ramen schijnt de zon naar binnen. Kierende kozijnen laten de wind door. De deuren en traptreden kraken.

In de woonkamer liggen kruimelige kleden op de planken vloer en stoelen met springveren reiken naar de hoge plafonds. Luistervinkjes hangen vrolijk in de hoeken, oren naar beneden om goed te kunnen horen. Het bed van papa en mama staat achter de schuifdeuren. Daarna komt een serre waar driftige kleine vogeltjes met kleurige veren rondfladderen. Zwart-wit plavuizen vormen een dambord onder de witte tafel in de keuken. Afgewaaide takken knetteren vrolijke vlammen in de kachel. Na de keuken kom je een kleine ruimte, Spanje genaamd. Daar is de douche, waar iedereen zich bibberend wast omdat er geen centrale verwarming is. Er is een vochtige kelder voor de spoken en de trappen hebben glijbaanleuningen. Achter het huis ligt een diepe tuin met oude bomen en wilde struiken.

Dwaaltje en Sand slapen in de eerste kamer, links als je door de voordeur binnenkomt. Wanneer zij hun raam openzetten, komt de straat naar binnen. En hun raam openzetten, dat doen ze iedere morgen tussen half zes en zes uur. Dwaaltje en Sand houden van de straat in de ochtend. Dan gaan ze in pyjama op de vensterbank zitten om te ademen, praten, zingen en .. om te wachten. De kinderen wachten op een oude vrouw die een boodschappentas op wieltjes achter zich aan trekt. Ze horen haar al van verre aankomen, want de wieltjes piepen een beetje en de botten van de vrouw kraken van ouderdom. Geen idee hoe oud ze is, maar vast meer dan honderd jaar.  Grijze haren onder een hoofddoekje, heldere blauwgroene ogen, een beetje gebogen over haar te grote voeten, loopt de oude vrouw iedere ochtend langs het open raam van Sand en Dwaaltje. Vriendelijk zeggen ze elkaar goedemorgen en de vrouw stopt voor een praatje. Soms krijgen de kinderen een snoepje dat eruit ziet als een zuurtje, maar veel lekkerder smaakt en je een heel warm gevoel in je buik geeft. Als ze daarna hun tanden poetsen, komt er regenboogwater dat zingend door de afvoer verdwijnt uit hun mond. Daarom denken de kinderen dat de oude vrouw toverkracht heeft. ‘Misschien is ze wel een heks’, fluisteren ze af en toe naar elkaar. ‘Maar dan wel een goede’, meteen erachter aan.

Dan komt mama en ze moeten ontbijten, aankleden en naar school en denken niet meer aan de ochtend tot de volgende dag. Want zo zijn kinderen, voor hen telt alleen wat nú is.  Toen of straks zijn onbelangrijk. Dat gaat zo elke dag, totdat, op een ochtend de oude vrouw niet komt. De kinderen zitten zoals altijd in de vensterbank, kijken zo ver mogelijk de straat in en hebben hun oren op scherp staan, luisterend naar piepende wieltjes en krakende botten, maar niemand komt. O ja, er fietst wel een meneer langs in zijn regenjas en er rijdt ook wel een vroege auto, maar van de oude vrouw geen teken. Die dag poetsen Dwaaltje en Sand hun tanden niet, ze raken de ochtendboterham nauwelijks aan en als ze zich aangekleed hebben, blijken al hun kleren achterstevoren te zitten. Mama snapt er niks van en wordt zelfs een beetje boos. Zo komen ze nog te laat op school!

Op school spelen Sand en Dwaal niet met hun vriendjes. Ze zitten samen op de speelplaats te praten. Tijdens het cijferen komen er allemaal rare getallen uit hun pennen, zoals 9 + 9 = 18.4. In plaats van te schrijven, tekenen de kinderen en de blauwe inkt wordt rozerood zo gauw hun pennen het papier raken. De juffrouw wordt er zenuwachtig van. Ze belt mama om Sand en Dwaaltje te komen halen. Mama denkt dat ze ziek zijn, dus mogen ze niet in de tuin spelen, maar moeten hun pyjama’s aan en worden voor een video op de bank gezet. Hiervoor hebben de kinderen natuurlijk helemaal geen tijd. Ze begrijpen heel goed dat er iets met de vrouw is gebeurd en willen weten wat er aan de hand is.

Hoewel het héél moeilijk voor ze is om stil te blijven liggen, doen ze net of ze in slaap vallen op de bank. Mama ziet hen liggen en draagt ze stilletjes een voor een naar bed. Met een grote rimpel, die op een vraagteken lijkt, blijft ze nog even kijken. Bijna doet Dwaal haar ogen te vroeg open, maar gelukkig draait mama zich net om, om met een diepe zucht de deur achter zich dicht te doen.

De kinderen wachten nog tien tellen. Dan kruipen ze naar elkaar om zachtjes te bespreken wat ze moeten doen. Zodra ze het plan klaar hebben, lopen broer en zus op hun tenen naar de deur, gluren door de spleet die precies in het midden zit. Geen beweging in de gang. Langzaam en heel voorzichtig (zodat hij niet kraakt) doen ze de deur open en kijken verder de grote gang in, niemand. Opgelucht halen ze adem, dan schuifelen ze hun kamer uit, niet vergetend de deur weer geruisloos te sluiten. De trap met de glijbaanleuningen op. Boven de leuning hangt een schilderij van een prinses in een toren. Ze knipoogt vriendelijk. Eerste verdieping: een overloop met vijf kamers. In één van de kamers woont Sjak, de enige mens die hen misschien zal geloven. Even aarzelen de kinderen, maar ze nemen het risico niet en sluipen door, naar zolder. Hier is het atelier van hun vader, de schilder van de knipogende prinses. Ook hij zal niet begrijpen dat kunst zo levend kan zijn en schilderijen knipogen. Naast zijn atelier zijn nog meer ruimtes. In een van die kamers, bovenin, tussen de balken van het dak, woont Blitz, de vleermuis van het witte huis.

Dwaaltje en Sand hebben Blitz ooit, langgeleden, gevonden in de tuin. Hij was nog heel klein en vergeten naar bed te gaan vóór zonsopgang. De nieuwe dageraad verblindde hem. Hij raakte helemaal in de war. De kinderen vingen hem met hun vlindernet. (Wat toch nog een hele toer was.) Ze brachten de vleermuis naar de donkere zolderkamer, waar hij, nadat hij een beetje tot rust was gekomen, zich nestelde. ’s Nachts vloog hij door het open zolderraam naar buiten. Als Sand en Dwaaltje niet konden slapen, riepen ze hem hun donkere slaapkamer binnen. Dan speelden ze wat en vertelden elkaar enge verhalen. Voor de kinderen is de vleermuis het enig denkbare wezen dat hen zou kunnen helpen met de oplossing van het mysterie van de oude vrouw.

Nog steeds zo stil als hun kousenvoeten kunnen, gaan de kinderen de kamer van Blitz binnen. Ze roepen zijn naam, niet al te hard, maar toch hard genoeg om de vleermuis te wekken. Nu moet je weten dat vleermuizen helemaal niet graag wakker gemaakt worden en vooral niet, als dat midden op de dag is. Blitz houdt dus zijn ogen stijf dicht en doet net of hij zijn vriendjes niet hoort. Maar Dwaaltje en Sand laten zich niet voor de gek houden. ‘Hij wil niet’, fluistert het meisje. ‘Hij móet’, zegt haar broertje. Dan pakt hij een lap stof die op de grond ligt en werpt deze naar de vleermuis. Hard fladderend en lelijke woorden schreeuwend komt Blitz uit de nok van zijn dak. Als hij de ernstige gezichtjes ziet, bedaart hij wat. Nog nawiekend met zijn vleugels, (hij kan zijn boosheid natuurlijk niet meteen vergeten), vraagt hij brommend wat er aan de hand is. Sand en Dwaaltje  vertellen, struikelend over elkaars woorden, het hele verhaal. Als ze uitgepraat zijn, kijkt Blitz hen peinzend aan. Sommige dingen begrijpen dieren en kinderen beter dan mensen. ‘Heel goed dat jullie naar mij zijn gekomen’, zegt hij, ‘maar je zult moeten wachten tot het nacht is. Dan kunnen we ongemerkt een vergadering beleggen met de anderen’.

De anderen zijn de katten Stampertje en Beertje en de hond Rotje. Als er belangrijke of dreigende gebeurtenissen zijn, komen zij samen onder de kersenboom. Dat is meestal in de nacht, want dan is er de minste kans om gestoord te worden door luidruchtige en onbegrijpende mensen. Een beetje teleurgesteld, omdat het nog zolang duurt voor het nacht is en ze ondertussen niets wijzer zijn geworden, verlaten Dwaaltje en Sand de kamer van Blitz. Zoals ze gewend zijn glijden ze over de trapleuning naar beneden. Wanneer ze op de overloop van de eerste verdieping landen, komt Sjak zijn kamer uit. Zo te zien is hij net wakker, hoewel het al twee uur in de middag is. Niet dat de kinderen daarvan opkijken, Sjak is student en daarom nachtmens. Hem wakker maken ’s ochtends, is net zo’n onderneming als bij Blitz. Sjak staat daar in zijn ochtendjas, haren alle kanten op en wrijft zijn ogen uit, terwijl hij gaapt. ‘Jongens, wat een lawaai daarboven zo vroeg al’. De kinderen voelen zich betrapt en beginnen smoezen te stamelen. Maar Sjak draait zich alweer om en gaat zijn kamer in, waarschijnlijk om terug in zijn bed te duiken. Sand en Dwaaltje lachen opgelucht. Mama in de keuken, hoort hen lachen en roept naar boven of ze een boterham komen eten. In de warme keuken ligt Rotje opgerold te slapen. Eén oog gaat half open als de kinderen binnenkomen, en een halve kwispel met z’n staart. Stamper en Beer draaien om de tafelpoten heen. Mama dekt de tafel en voor het eerst die dag lijkt alles weer even normaal. Er is vers brood en er zijn eitjes, zacht gekookt.

Na de lunch mogen Sand en Dwaal naar buiten, als ze zich tenminste warm aankleden. Ze rennen de tuin in. Wie het eerst bij de kersenboom is! Rotje rent luid blaffend met hen mee. Stamper en Beer zitten er al, naast een mus op een tak. De mus lijkt helemaal niet bang voor de grote katten, die toch vaak vogeltjes vangen. Dan blijkt dat de kinderen niet alleen met Blitz, maar ook met  andere dieren kunnen praten. Stampertje legt uit dat het praten met een dier de beloning is voor een kind dat dat dier gered heeft. Maar zegt ze, zoals het er nu voorstaat, zullen Sand en Dwaal een wel heel speciale opdracht krijgen. Zij zijn de enige mensenkinderen die de oude vrouw ooit gezien hebben en kunnen herkennen. Daarom vragen de dieren hen om naar haar te helpen zoeken. Als beloning zullen zij vanaf nu, tot ze mens worden,  kunnen praten met alle dieren. Ze mogen dit echter nooit vertellen of laten merken aan andere mensen of kinderen.

Sand en Dwaaltje beginnen gewend te raken aan buitengewone dingen en verbazen zich daarom niet over de woorden van de kat. Eigenlijk vinden ze het wel heel leuk om te praten met de dieren. Ze roepen enthousiast dat ze graag willen helpen en Dwaaltje begint een gesprekje met de mus, terwijl Sand uitprobeert of hij Rotje kan verstaan. Maar dan blaast Beertje boos. Zijn kattenogen versmallen. ‘Er moet wel serieus opgelet worden. Dit is geen tijd voor geklets! De koningin is in gevaar!’ Beer krijgt ieders aandacht. Vannacht om klokslag  zeven minuten over twaalf is de bijeenkomst. Iedereen wordt verwacht. De plaats (‘Let op en vergis je niet’, bast Beer) is niet zoals gebruikelijk onder de kersenboom. Deze keer is de vergadering in de kelder, want de spoken zijn te bang om naar buiten te komen, nu hun koningin er niet meer is. ‘Spoken?’ roepen Dwaal en Sand in koor. Beertje kijkt hen meewarig aan ‘Domme kinderen’, denkt hij. Beertje is een Siamese kater en naar zijn soort een beetje arrogant. Hij vindt zichzelf de knapste van alle wezens en laat dat ook zoveel mogelijk merken. Stampertje, een grijsbruine straatkat, kan zich veel beter in anderen inleven en begrijpt de verwarring van de kinderen. ‘Ik leg het jullie zo allemaal uit’, zegt ze. Dan worden er nog wat praktische zaken besproken, zoals wie plaats en tijd van de vergadering doorgeeft aan de spoken en aan Blitz.

Stampertje springt van de tak af en gaat bij Dwaal op schoot zitten. Het meisje aait de kat. Mama kijkt door het keukenraam naar buiten en ziet niets ongewoons. Rotje rent blaffend door de tuin en er vliegen wat mussen. De kinderen spelen rustig met Stamper en Beertje zit zichzelf te wassen onder de kersenboom. Ze vraagt zich af wat er die ochtend nou zo mis was gegaan. Alles ziet er heel gewoon en vredig uit. Sjak komt de keuken binnen, onderweg naar de douche en ze belooft hem een grote pot sterke koffie. Op zolder, in zijn atelier, legt papa de laatste hand aan een schilderij, genaamd Het Huis.

Ondertussen vertelt Stamper aan de kinderen wat ze weet.

‘In de kelder’, zegt ze, ‘wonen spoken, de goede geesten van het witte huis. Zij waken over de dromen van alle mensen in de stad. Hun koningin heet Bilanc. Dat is de oude vrouw, die jullie iedere ochtend opwachten. De koningin blijft namelijk niet in de kelder, daarvoor is zij veel te belangrijk. Vlak voordat het ochtend wordt, verlaat Bilanc het huis via de achteruitgang. Ze wandelt er om heen om te zien of alles in orde is en maakt zich klaar voor haar dagtaak: de dagdromen van alle kinderen in de stad. Maar vandaag gebeurde er iets raars. De koningin verscheen niet op haar dagtaak. Geen dier of spook weet wat er aan de hand is, of waar ze is. En in plaats van dagdromen, deden de kinderen andere dingen op school. Hun cijferwerk veranderde zichtbaar in onmogelijke uitkomsten. Heel wat kinderen konden niet meer schrijven. Ze konden alleen nog maar tekenen. Inkt verkleurde op het papier.’ Dwaal en Sand knikten. ‘Jullie zijn niet de enigen’, zei Stampertje. ‘Kijk straks maar naar het jeugdjournaal, de hele mensenwereld is in de war.’

Dwaaltje en Sand besluiten een test te doen. Ze pakken blauwe pennen en papier. Ze proberen rekensommen te maken. In rozerood schrijft Dwaal: 3 + 3 = 18.4. Sand probeert het met de som 2 + 5. Ook zijn uitkomst is 18.4  ‘Dat is de hoogste duintop’, zegt Stampertje terwijl ze zich door Dwaal laat aaien. ‘Er zit een boom in verborgen. Je ziet alleen maar de kruin. Daar woont Geluk. Het is een zorgeloos en onschuldig geluk, zoals dat van een kind in een zandbak. De uitkomst van jullie sommen is een aanwijzing.’

De zon gaat onder. Mama roept om te komen eten. Meteen na het eten willen Dwaal en Sand naar bed. Hun moeder begrijpt er niets van, maar vindt het wel gemakkelijk. Papa vertelt een verhaaltje voor het slapen gaan. Op het bureautje liggen de sommen. Niemand ziet hoe het rozerood veranderd is in de kleur van bloed. Papa wijst naar de pyjama van Sand. Er staan aapjes op. ‘Als je straks slaapt, komen ze tot leven. Pyjama-apen vieren feest in je droom! Probeer maar eens of je stiekem kunt kijken.’ Hij geeft zijn kinderen een zoen. Hij moest eens weten. De nacht valt en de nachtdieren komen tot leven. Dwaal en Sand openen hun raam. Blitz vliegt naar binnen. Zijn bekje valt open als hij Sand ziet. ‘Die apen dansen! Ze roetsjen van glijbanen en klimmen in het reuzenrad. Het lijkt wel een pretpark voor nepapen, die pyjama van jou.’ ‘Natuurlijk,’ zegt Sand. ‘Iedereen weet dat toch, zelfs Papa. Apen vieren feest in je droom.’ ‘Maar we dromen niet’, zegt Dwaaltje. Beertje, Stamper en Rotje komen de kamer binnen. Samen sluipen ze naar de kelder. Wel eng, direct zien ze echte spoken. Sand knijpt zijn zusje in haar arm.

Spoken zijn heus geen witte lakens met niets eronder. Het zijn ook geen doorschijnende mensen. Spoken roepen geen boe. Dat weten Dwaal en Sand na deze nacht. De spoken in hun kelder lijken wel van een soort klei. Als je je vinger er in duwt, giechelen ze zich een deuk. Ze veranderen steeds van vorm. Als ze door een deur willen, worden ze lang en heel dun, nog dunner dan spaghetti en dan wurmen ze zich door het sleutelgat. Daarna blazen ze zichzelf op en rollen door als ballen. Wanneer ze zenuwachtig worden, krijgen ze de vorm van een teddybeer. Ieder spook heeft een andere kleur. Lego rood, Sinasappel oranje of Hemelsblauw. Alleen de jonge spookjes niet, die zijn allemaal malsgroen. De malsgroene spookjes verdringen zich om de kinderen. ‘Hé, op zijn pyjama is een pretpark.’ Groene spatjes springen tussen de lachende apen op de pyjama van Sand. Hij kan niet meer stilstaan, zo wordt hij besprongen. Spookjes en apen rijden in botsauto’s en varen joelend naar het pirateneiland. Een serieus groot en Paars spook grijpt in. De groene vlekken staan in een mum van tijd, met de oogjes schuldig naar beneden kijkend, terug op de keldervloer. ‘Er komt een nieuwe attractie: een spookpaleis met dagdroomkoningin. Mogen we dan terug?’ piept de jongste. Het grote Paarse spook wordt zowaar bleek. Het Lego spook pakt de hand van Sinasappelspook. Ze veranderen allebei in teddyberen. Rotje begint te blaffen. ‘Houd je kop,’ slist Blitz. ‘Straks worden ze boven wakker.’

Stampertje springt op een stapel dozen. Ze schraapt haar keel. ‘Vrienden, we zijn hier bij elkaar om…’ ‘We weten waarom we bij elkaar zijn,’ valt Beer haar in de reden vanaf een torentje lege bierkratten. Hij staat net iets hoger dan de poes. ‘Vertel maar gewoon waar we achter zijn gekomen.’ ‘Vrienden,’ herhaalt Stamper en kijkt Beertje strak aan. ‘Wat we weten is dat het Geluk in gevaar is. Zij verliest haar zorgeloosheid en haar onschuld, als wij niet snel iets doen. Haar moeder, koningin Bilanc van de huisspoken, verstrooister van de Dagdroom, is verdwenen. Het Geluk wordt kleiner, naarmate deze toestand langer duurt. Straks is het te klein voor de mensenwereld, waardoor die ten onder zal gaan. We vermoeden dat Bilanc gestolen is, terwijl ze dagdromen uit haar boodschappentas op wielen bezorgde bij de kinderen.’ ‘Dat vermoeden we helemaal niet,’ roept Beertje. ‘Bilanc zou zich nooit laten stelen. Ze moet verzwakt zijn geweest.’ ‘Ze is ontvoerd naar het pretpark,’ zegt Paars. ‘Onze mini’s hebben dat gehoord.’ ‘Zie je wel,’ Sand stoot zijn zusje aan. ‘Ze is een soort heks.’ ‘Maar wel een goede,’ antwoordt Dwaal. ‘Sorry,’ roept ze door het dieren- en spokengeraas heen. ‘Wij snappen het niet helemaal.’ ‘Domme kinderen,’ gromt Beer. Blitz gaat op de uitgestoken hand van Sand zitten. ‘Bilanc regeert ’s nachts over de spoken. Zij maken dromen voor de mensen en delen die uit. Als de maan zich terugtrekt en de zon verschijnt, precies op dat moment, kruipt ze in haar cocon, de boodschappentas op wieltjes. Dan verandert ze van nachtdroom in dagdroom. Zo kennen jullie haar. ’s Avonds, wanneer de kinderen moe zijn en de zon weer ruilt met de maan, gebeurt hetzelfde. Maar dan duurt de transformatie langer, ook koninginnen moeten af en toe uitrusten. Dat is haar zwakste moment, dan is ze slechts een rooksliertje. De spoken en schemerdieren moeten haar beschermen terwijl ze rust in de boodschappentas op wieltjes.’

De mobiele telefoon van Hemels gaat af. ‘Coole ringtone,’ zegt Sand bewonderend. ‘Wat moet een spook nou met een gsm?’ Dwaaltje fronst haar wenkbrauwen. ‘Bellen natuurlijk,’ grinnikt een malsgroene mini. Hemels zet de telefoon op speaker. Een Gemene mannen stem klinkt door de kelder. ‘Kan iedereen me horen? Ik zeg het maar één keer! Bilanc is bij mij. Ze weeft dromen voor bezoekers van mijn Mega  Multimedia Prietpraatpretpark. De dromers betalen mij een kleine extra vergoeding. Haha. Want ik wil rijk worden! De rijkste rijkaard van de hele wereld!! Haha. Als jullie willen dat het kleine Geluk op 18.4 haar moeder nog ooit ziet, dan kom je ook. Kun je de dromen mooi aan mijn gasten serveren. Alleen onder die voorwaarden laat ik Bilanc (met bewaking natuurlijk) één nacht in de week bij het Geluk.’

De kelder staat ineens vol teddyberen in allerlei kleuren, zelfs Paars heeft last van zenuwen. Rotje gromt naar de telefoon en wil die aanvallen, zijn haren recht overeind. Sand en Dwaaltje kijken elkaar aan. ‘Nu weten we in ieder geval waar ze is,’ zegt het meisje nuchter. ‘Laten we haar gaan halen.’ Haar dappere broertje staat al met een voet op de keldertrap. ‘Nee Sand, eerst maken we een plan.’ Stampertje kijkt de jongen recht aan.

Om vier uur in de nacht vertrekt een vreemde stoet uit het witte huis. Papa, mama en Sjak merken niets en slapen hun droomloze slaap. Voorop lopen Beertje en Rotje met boven hun hoofden Blitz en zijn vrienden van de Vleermuizenclub. Paars en Lego volgen, omringd door malsgroene mini’s. Hemels draagt Sand die nu toch wel erg moe is en in zijn armen ligt te slapen. Dwaaltje, Stamper en Sinasappel sluiten de rij. Onderweg komen er ratten bij, een uil, nog een paar katten (die Stamper eerbiedig groeten) en zelfs een verdwaalde wolf (waar Rotje een beetje bang voor is). Vlak voor de hekken van het Mega Multimedia Prietpraatpretpark stopt de optocht. De dieren, Sand en Dwaaltje, verschuilen zich in bosjes. De spoken bellen aan. Paars heeft zich in een vreemde vorm gewrongen. Daaronder zit Bilancs boodschappentas. De poort gaat open. Ai wat piepen die oude wieltjes van de boodschappentas waar Paars zich omheen gevouwen heeft. Blitz en de Vleermuizenclub pakken Dwaaltje en Sand op. De kinderen vliegen met honderd vleugels over de hoge muur. ‘Au, je krabt me,’ roept Sand tegen een van vleermuizen die hem bij de kladden heeft. ‘Stil zijn,’ slist Blitz. Dwaaltje hoort voor de eerste keer angst in zijn stem. Ze zien de spokentocht onder zich langzaam voortbewegen. Twee wieltjes steken onder het achterwerk van Paars uit.

Het Mega Multimedia Prietpraatpretpark is erg donker en koud. Dwaaltje rilt. ‘Ik wou dat ik in mijn bed lag,’ denkt ze. ‘Ik weet niet eens waar we naar moeten zoeken,’ fluistert Sand. Ze vliegen over het hele park. Het reuzenrad staat stil. De botsauto’s rijden niet. De vleermuizen worden moe. Hun pootjes verkrampen onder het gewicht van de kinderen. Nergens een teken van Bilanc. ‘Wat is een logische plaats om een rookpluim te verstoppen?’ vraagt Dwaaltje zich af. ‘In een schoorsteen,’ roept Sand. ‘Zie je een schoorsteen?’ ‘Nee.’ Onder hen klinkt een hels kabaal. De spokenstoet is veranderd in een verstijfde groep teddyberen. Blitz fluit z’n vleermuizen toon. De katten, muizen, de ratten en alles wat kan springen en vliegen, stormt over het hoge hek. Stampertje blijft haken in het prikkeldraad dat er bovenop zit. Een spotlicht  recht op haar gericht. Dwaaltje ziet een gemene man met een bubbelwaterkanon mikken op haar poes. Iedereen weet dat katten allergisch zijn voor water. Ze wil gillen, maar Blitz houdt haar mond dicht met zijn vleugel. Beertje is al over het hek heen en kijkt vanaf de grond naar boven. Hij ziet Stamper in doodsnood. Schud zijn geelzwarte  haren en springt heldhaftig terug. ‘Goed zo Beer,’ denkt Sand trots. Met zijn nagels krabt Beer Stamper los uit de greep van het prikkeldraad. Net op tijd. Het kanon schiet, bubbels vliegen over de katten heen en spatten kapot op de grond achter de muur, waar Rotje eensgezind met de wolf staat te blaffen.

Stamper en Beer staan op vijandig terrein. De gemene man is niet alleen. Hij fluit tussen zijn tanden en een heel garnizoen, zwaar met bubbelwaterpistolen en plakkauwgomspuiters bewapende, houten voetsoldaten komt aangemarcheerd. Ze gaan rondom de teddybeerspoken staan. Iedereen weet dat spoken allergisch zijn voor plakkauwgom. De uil en een mus, ja de mus die in de tuin naast de katten in de boom zat, die mus, vliegen voorbij. ‘Kom vlug mee.’ Ze duiken naar beneden. Sand knijpt zijn ogen dicht om niet misselijk te worden, maar Dwaaltje ziet hoe de uil op een van de muizen afstormt. Iedereen weet dat uilen graag een muisje oppeuzelen. De muis heft haar rechterpootje omhoog en zwaait. ‘Daar Miguelito de muskusrat heeft iets geroken.’ Ze scheren laag over de grond. Muizenstaarten zwiepen in de gezichten van de kinderen. Rattenharen strijken langs hun benen, zo laag. Langs het peloton houten voetsoldaten, die oogloos plakkauwgomblindgangers schieten. Ze raken Blitz op zijn linkervleugel: ‘Jasses, ik heb zo’n hekel aan plakspul.’ ‘Geef maar hier,’ zegt de mus. ‘Ik zoek meestal op stations naar tweedemonds kauwgom, een vers stukje lust ik wel.’ Ze pikt Blitz al vliegend schoon. Zonder vaart te minderen duiken ze door een gat in de muur van een huis, dat konijnen eerder die avond voor hen hebben gegraven. ‘Daarvoor heb je nu mobiele telefoons,’ grinnikt de uil tegen Dwaaltje. De Gemene man geeft zijn soldaten opdracht om achter de vliegende bende aan te gaan. De teddyberen groep staat nu onbewaakt. Beertje sprietst op z’n katers over Paars heen. Die wordt boos. Lego, Sinasappel en Hemels krijgen de slappe lach. Ze vergeten hun verlammende angst en worden weer spook. ‘Kom op, pak de tas. Lachen doe je morgen maar,’ roept Stamper. De spoken vormen een roetsjbaan waar de tas gemakkelijk overheen rolt. De Gemene man rent er op af. Stampertje gaat voor hem liggen. Hij struikelt, valt met zijn neus in een bal plakkauwgom en zit voorlopig even vast.

Binnen is het chaos. Dwaaltje ziet houten voetsoldaten bubbelwater schieten, terwijl de ratten aan hun benen knagen. Eentje valt om. Dan nog een. Een kat verdrinkt bijna, maar wordt gered door de uil. Eindelijk zetten de vleermuizen de kinderen op de grond. ‘Ik ben duizelig,’ klaagt Sand. ‘Dom kind,’ zegt Beertje, maar dit keer klinkt het niet zo hooghartig als anders.  ‘Doe de achterdeur open.’ Dwaaltje probeert in het donker een deur te vinden. ‘Ja hier zit een knop.’ ‘Nee, niet die!’ Blitz duwt haar hand weg. ‘Dat is de grote droomvernietiger, dan zien we Bilanc nooit meer terug. Hier moet je zijn.’ Achter de deur staan de spoken met de boodschappentas op wieltjes. Hemels pakt Sand op. ‘Slaap kindje slaap.’ ‘Hoe kan ik nou slapen, sukkel, in deze herrie.’ ‘Ssst slaap maar.’ Alle spoken zingen het slaaplied. Zodra Sand onder zeil is, worden de apen op zijn pyjama weer wakker. Een paar malsgroene mini’s springen tussen hen in. ‘Ik weet het. Ik weet waar ze is,’ roept een groentje opgetogen. ‘Ik ook.’ ‘Ik ook.’ ‘Mag ik het zeggen?’ ‘Stil’, beveelt Paars. Een voor een. ‘Ze zit warm,’ piept de kleinste die haar mond nooit kan houden. ‘Blitz en Beer kijken elkaar wanhopig aan. ‘Warm…’ Ondertussen knagen de ratten de ene houten soldaat na de andere om. Ze worden geholpen door de konijnen die het gat in de muur hebben gemaakt. Dwaaltje denkt hard: rookpluim, schoorsteen, warm… Achter hen kermt de Gemene man die nog steeds met zijn neus in de kauwgom zit. Hij draait met zijn lijf over de grond, linkerhand uitgestrekt. Dwaal volgt zijn vingers. Een pijp! ‘Daar is ze. Ze zit in de pijp.’ Blitz schiet ervandoor als een raket. Je zou zweren dat er rook en vlammen uit zijn staartje kwamen, zo hard vliegt hij weg. De vingers van de gemene man raken het mondstuk van de pijp. Hij strekt ze. Maar Blitz is hem net voor. Hij pakt de pijp in zijn bek en komt hoestend van de rook terug bij de groep. Paars schuift de boodschappentas naar voren. De pijp valt er in. Hemels legt Sand er naast. ‘Blijf slapen jongen, ga dromen, droom haar terug.’ De vogels trekken de tas naar buiten. De katten duwen de wieltjes over stukgebeten houten poten die her en der verspreid liggen.

Ze rijden tot vlak bij de Gemene man. Niemand kijkt naar hem. Alle blikken zijn naar boven gericht. De maan schuift voorbij, ze zwaait. ‘Ze zwaait naar de zon,’ roept Dwaaltje. Er springt een vonkje over. De boodschappentas beweegt. ‘Hé wat doe jij in mijn bed?’ ‘Bilanc!’ juichen de spoken. Maar in de lucht gebeurt iets raars. De maan staat stil. De zon komt dichter bij haar en wordt steeds feller. De Vleermuizenclub fladdert naar binnen, waar het veilig donker is. De stralen van de zon raken de maan. Bilanc klimt uit haar tas, stralend, sterk en groot. Sand komt achter haar aan. De spokenkoningin heft haar handen. Ze vangt een zonnestraal die van de maan afkaatst. ‘Geluk, klein, onschuldig zorgeloos Geluk!’ Ze lacht. Dan draait Bilanc zich om. Haar blauwgroene ogen worden koud en staalblauw. Ze knippert niet met haar wimpers en kijkt de Gemene man recht aan. IJspegels met scherpe punten kegelen uit haar ogen op hem neer. Hij slaakt een kreet. Wat over blijft is een plasje water rondom een kauwgombal.

Goede morgen, kiddo’s. Lekker geslapen?’ Mama trekt de gordijnen open. Dwaaltje en Sand wrijven in hun ogen. ‘Het wordt weer een prachtige dag vandaag,’ lacht mama. ‘Jullie ontbijt staat al klaar. Kleed je maar snel aan.’ Op de vensterbank zitten Stampertje en de mus. Stamper knipoogt.

nonfiXe, 29 oktober 2009

Afbeelding: Joost Sicking, Blauw naakt met vogel, olie op doek, 145x115cm, 1968

Het faillissement van een bot land

Medewerkers van het Ministerie van Justitie, die werkzaam zijn in ‘de keten oppakken, vastzetten, uitzetten’ zijn meedogenloos in hun verhoren, en wassen hun handen in onschuld na afloop.

 

Ondergang van de rechtsstaat in 2 bedrijven

While Albinus was speaking, Pilate’s face grew gloomy, but not a tear fell from his eyes, and after a little while he said: ‘It seems that Fate has thus decreed it, Albinus!’

Albinus: ‘That might be so, but surely it does not remove from you the responsibility. Fate we do not know. Our duties are known to us, and we ought to perform them right. But you did not do so in the case of Jesus. You committed things which will offend the gods and men.’

(Beshara Shehadi, The Confession of Pontius Pilate)

Een tragedie in twee bedrijven. Afspiegeling van de macabere werkelijkheid in de notitieblokken van nonfiXe.

Plaats van handeling: Dienst Terugkeer en Vertrek, pal naast de gevangenis aan de Ringbaan Zuid in Tilburg.

Tijd van handeling: 11 september

Hoofdrol: medewerker B van de Dienst Terugkeer en Vertrek van het Ministerie van Justitie (<<).

Turbo: twee leden van de Vreemdelingenpolitie.

Bijrollen:

  • uitgeprocedeerde Asielzoeker van het Nederlands-Ethiopische jeugdcircus Afrisinia. Hij krijgt nauwelijks het woord (>>).
  • de advocaat Piet Hein Hillen uit Tilburg (>>>>)
  • de tolk

Figuranten:

  • een vertegenwoordiger van COA, die zegt als toehoorder aanwezig te zijn. ‘Wij volgen deze zaak met grote belangstelling’
  • twee bestuursleden van de Stichting Afrisinia, Steun en Toeverlaat

Betekenis terminologie & afkortingen:

  • IOM = International Organization for Migration. De IOM biedt in Nederland verblijvende vreemdelingen hulp bij migratie, remigratie, doormigratie en gezinshereniging.
  • COA = Centraal orgaan Opvang Asielzoekers. De COA vangt namens het Ministerie van Justitie asielzoekers op, geeft hen onderdak en te eten.
  • Onaangedaan = ijskoud, koel, koelbloedig, koud, koudweg, onbewogen, ongeroerd, ongevoelig, onhartstochtelijk, stoïcijns, ongestoord, onberoerd, niet getroffen, niet geroerd, lauw.
  • Maatregel = minimaal 1x daags stempelen in de VBL Vlagtwedde
  • VBL = Vrijheids Beperkende Locatie

Bedrijf 1

(Doek op)

Koffie, voorstellen en handen schudden in de hal. Medewerker B doet zich voor als een joviale gastheer.

Mis! De jovialiteit is een vermomming die al snel verandert in een battle dress. Onaangedaan geselt B enkele minuten later de Asielzoeker met een stortregen aan heldere en krachtige, niet mis te verstane woorden. Stoere taal in de oren van veel Nederlanders. Een associatie met terreur in die van rechtschapen Nederlandse burgers met gevoel voor de medemens. Je hoeft geen kenner van Kant of Derrida te zijn om te walgen van het Nederlandse asielbeleid. Ben je dat wel, dan staan de volgende zinnen gelijk aan het fusilleren van onschuldige burgers in een ongelijke strijd van gewapende geweldenaren tegen ongewapende en ook nog geboeide slachtoffers. Voor nonfiXe en andere ijveraars voor integratie van vluchtelingen wordt op deze ochtend, vrijdag 11 september – 9/11 – het faillissement van de Rechtsstaat Nederland uitgesproken.

B, koude stem, glaszuivere articulatie (je hoort de tong tegen het gehemelte drukken en ziet de wangen draaiende bewegingen maken):

<<  ‘U bent ver-wij-der-baar uit Neder-land.

‘U bent illegaal!

‘U heeft de verantwoordelijkheid en de verplichting Nederland te verlaten, omdat u geen rechtmatig verblijf heeft. Heeft u dat begréepen?’

(De blingbling armband rinkelt om zijn pols terwijl hij driftig en met grote hanenpoten aantekeningen maakt van zijn eigen woorden. Een gouden ring om zijn rechterpink. De brede bovenarmen verraden veelvuldig bezoek aan een sportschool. De monoloog wordt uitgesproken als een koud dictaat.)

<< ‘Als u er voor kiest om zelfstandig uw terugkeer te regelen, dan wijst de Dienst Terugkeer en Vertrek u op IOM. Als u zegt: ‘Ik wil Nederland niet verlaten, dan gaan we u in samenwerking met de politie vastzetten en uitzetten.’ (overdreven articulatie, de zin drijft langzaam uit, de toon wordt zachter, het dreigement scherper)‘Wat heeft u daarop te zeggen?’

>> ‘ Ik wil op dit moment meewerken, maar wil eigenlijk wachten op terugkeer van de groep waarvan ik deel uitmaak en met wie ik hier gekomen ben en asiel heb aangevraagd’.

<< ‘De rest van de groep is niet illegaal. U bent illegaal. Daarom ligt de verplichting om te vertrekken bij u. Ú heeft geen grond voor een rechtmatig verblijf. Een deel van de groep heeft dat wél. Zij kunnen ervoor kiezen om met ú mee te gaan. Als u dat met de anderen bespreekt, behoort dat zeker tot de mogelijkheden. Als u uw vertrek niet gaat regelen, bent ú degene die opgepakt gaat worden door de Vreemdelingenpolitie. Als u zegt: “ik wil meewerken”, dan moet u daar ook per ommegaande gehoor aan geven door een afspraak met de IOM te maken. Dan weten de Vreemdelingenpolitie, de COA en de overige ketenpartners dat u bezig bent uw terugkeer te regelen. De Dienst Terugkeer en Vertrek kan u faciliteren door u te plaatsen in een verblijflocatie. IOM en Vreemdelingenpolitie zullen er ter plekke op toezien dat u uw vertrek regelt. De voorzieningen zijn ongeveer zoals u die heeft gehad van de COA.’

>>>> ‘Die verblijflocatie, is dat Vlagtwedde?

<<   ‘Ik was nog niet klaar met informatie geven. Inderdaad, dat is 12 weken Vlagtwedde. Deze 12 weken zijn geen Wet van Meden en Perzen. Als u bezig bent met het regelen van uw vertrek, dan hoeft uw verblijf niet exact 12 weken te duren. De meldplicht bepaalt de Vreemdelingen politie ter plekke. U bent vrij in uw beweging, zolang u zich maar aan de meldplicht houdt. Die meldplicht is er om er zeker van te zijn dat u in de buurt bent als één van de ketenpartners u wil spreken.’

>>>> ‘Plaatsing in Vlagtwedde gebeurt toch op grond van een maatregel..!?’

<<  ‘Als iemand zegt: “Ja, ik wil”, dan wordt de maatregel verplicht opgelegd. Mijnheer wordt in de gelegenheid gesteld om zijn terugkeer in een verblijflocatie te regelen.’

<< ‘Waar is uw paspoort?’

>>  ‘Thuis’.

<<  ‘Waar is thuis?’

>>  ‘Den Bosch. Een woning die we eerder als alternatief voor overplaatsing naar Bellingwolde aanmerkten.’

(Het doek valt en gaat meteen weer omhoog)

Bedrijf 2

Een bode komt binnen. ‘Mijnheer B, er zijn mensen voor u’.

<< (veinzend) ‘Heb ik een afspraak dan?’

B doet alsof er per abuis een dubbele afspraak gemaakt is. Hij verontschuldigt zich en loopt de kamer uit. Even later komt hij terug in het gezelschap van een man en een vrouw van de Vreemdelingenpolitie om de strop flink aan te halen en de Asielzoeker te intimideren. Hier is overduidelijk sprake van coördinatie. De keten oppakken, vastzetten en uitzetten wordt van hogerhand aangestuurd, meent de advocaat. Hij heeft nog nooit meegemaakt dat de Dienst Terugkeer en Vertrek al tijdens een eerste gesprek zo van leer trok. ‘B is één van de beteren hier. Anders doet hij nooit zo. Hij heeft z’n orders. Dat is zeker. We hebben kennelijk op een paar gevoelige tenen getrapt.’ Een hint in de richting van de door Afrisinia gewonnen rechtszaak, die COA een paar weken eerder tegen de Ethiopische jongeren heeft aangespannen. COA wilde tien oudere jongeren van de groep overplaatsen naar het verre Bellingwolde, met Vlagtwedde (Ter Apel) het Siberië voor asielzoekers.)

B informeert en passant nog even of de  Asielzoeker is ingeschreven bij de gemeente. ‘Nee,’ antwoorden Steun en Toeverlaat. ‘Stichting Afrisinia heeft zich voor hem garant gesteld. Dat moet voldoende zijn’.

Een slanke man en een ietwat gezette vrouw treden binnen. Ze komen met een oekaze van hogerhand. Die is zo duidelijk als wat, dus lang hoeven ze niet te blijven. De 12 weken Vlagtwedde van B krimpen vliegensvlug in tot 14 dagen.

<<<< Vrouw (Vreemdelingenpolitie): ‘Mijnheer is illegaal. U moet binnen 14 dagen Nederland verlaten.’

(Vreemdelingenpolitie af.)

De uitsmijter is zo ongepast, dat het haast humoristisch is:

<< ‘Ik wens u, van mens tot mens, en als medewerker van de Dienst Terugkeer & Vertrek, veel succes in uw verdere leven.’ (zijn wangen rollen over het gezicht) ‘Wat vond u van dit gesprek?’

B sluit af zoals hij begon: handen schuddend. Alsof er niks gebeurd is, alsof er niks gezegd is. Zijn woorden galmen na in het lijf van de Asielzoeker als inzakkende gebouwen na een bombardement. Buiten rookt B een sigaretje bij de rookpaal. Hij kijkt onbevangen naar de grijze lucht, alsof hij zelf niet verantwoordelijk is voor de kogels die hij net op de ongewapende Asielzoeker heeft afgevuurd. En dan ook nog vragen: ‘Hoe voelt u zich nu?’ Zo wreed was zelfs Pontius Pilatus niet. Die waste zijn handen in onschuld, maar ging niet voor de gekruisigde Jezus staan om die met een vette grijns op het ongeschoren gezicht toe te voegen: ‘Voelt dat lekker, die nagels door je handen en voeten?’

Epiloog

While Albinus was speaking, Pilate’s face grew gloomy, but not a tear fell from his eyes, and after a little while he said: ‘It seems that Fate has thus decreed it, Albinus!’

Albinus: ‘That might be so, but surely it does not remove from you the responsibility. Fate we do not know. Our duties are known to us, and we ought to perform them right. But you did not do so in the case of Jesus. You committed things which will offend the gods and men.’

(Beshara Shehadi, The Confession of Pontius Pilate)

©nonfiXe, 11 september 2009

Brief van de Dienst Terugkeer en Vertrek

Op verzoek van de algemeen directeur van de Dienst Terugkeer en Vertrek is de naam van de medewerker uit dit verhaal gehaald. Wij zijn het in zoverre met hem eens, dat de DT&V regeringsbeleid uitvoert en individuele medewerkers niet op het schavot hoeven te belanden. Wat blijft is de persoonlijke verantwoordelijkheid van ieder mens. Dat kun je niet afdoen met de simpele redenering: ik voer de wet uit en het is nu eenmaal mijn werk.

Afrisinia tussen de slopers

Eindelijk heeft COA op papier gezet waarom Afrisinia gesplitst moet worden. In diverse kranten, waaronder de Volkskrant, lezen we steeds andere redeneringen van het orgaan. Vrijdag 21 juli beslist de rechter in Breda. Ondertussen verblijven de jongeren in een AZC dat om hen heen gesloopt wordt.

Afrisinia zit in Dongen op het verlaten terrein van het AZC.

Afrisinia, Festival Mundial, Tilburg, 2009

De tien jongeren verblijven tussen de sloopwerkzaamheden. Ze willen wel weg. Graag. Het is geen lolletje om alleen daar te zitten, achter een hek met bewaking, zonder wasmachine en zonder televisie. Maar het alternatief dat COA hen biedt, 300 kilometer ver weg van de minderjarigen van de groep is een No Go.

De kinderen zijn met elkaar opgegroeid. Een aantal van hen leefde als wees in de straten van Addis Abeba. Ook in de hoofdstad van Ethiopië waren ze al op elkaar aangewezen. Zij vormen een familie. Ze hebben tezamen asiel aangevraagd in Nederland, twee jaar en 3 maanden geleden. Ze trainen en geven shows als jeugdcircus. Om een menselijke piramide te bouwen, moet je goed weten op welke schouder je je voet plaatst.

Nu wil COA hen vier uur en drie kwartier reizen van elkaar scheiden. Dat is dood in de pot. Dit terwijl Stichting Afrisinia aanbood om de kinderen te huisvesten.

Tweekoppig model van COA

Waarom gaat COA niet op dit voorstel in? Het duurde bijna vier weken voordat het orgaan haar beslissing motiveerde. Als eerste reden wordt genoemd dat de opvang van asielzoekers een tweekoppig model kent: oriëntatie en terugkeer. Dat komt tot uiting in de wijze van opvang. De vluchteling moet namelijk wel duidelijk voelen dat ‘niet toelaten betekent dat hij/zij terugkeert’. Dit signaal wordt gegeven na een eerste negatieve beschikking van de IND. In de Terugkeercentra zijn de voorzieningen ‘anders’. Hoe ‘anders’ beschrijft COA niet. Maar uit mondelinge informatie blijkt dat er ‘terugkeergesprekken’ gehouden worden in dergelijke AZC’s die over het algemeen ver van een bebouwde kom liggen. Voor zover het beleid beschreven staat op de COA website, gaat het erover dat het ‘humaan’ is om mensen duidelijkheid te bieden. Voor zover wij kunnen beoordelen, worden vluchtelingen steeds verder doorgeschoven naar de randen van Nederland waar ze zonder protest door Nederlanders (want uit zicht) teruggestuurd kunnen worden.

In Den Bosch huist de Dienst Terugkeer en Vertrek. Dat is de club die de terugkeergesprekken voert. Afrisinia kan dus heel goed vanuit Den Bosch voorbereid worden op eventuele terugkeer.

Zo’n gesprek hebben wij overigens een keer bijgewoond en het heeft niet veel meer om het lijf dan de vluchteling wijzen op het bestaan van het IOM en vragen of de vluchteling van plan is om mee te werken. Als hij of zij dat niet doet, komt de vreemdelingenpolitie in actie en wordt de ‘vreemdeling’ in bewaring gesteld (in de gevangenis gezet). Het woord vreemdeling wordt gebruikt omdat ‘vluchteling’ juridische erkenning van je asielrelaas betekent.

Door de scheiding van machten, IND – COA – Dienst Terugkeer en Vertrek, kunnen de ‘functionarissen’ van die instanties zich voortdurend verschuilen achter een instituut. ‘Ik vind het heel erg voor je, maar ik kan er niets aan doen,’ is een veelgehoorde uitspraak.

COA schrijft in de dagvaarding aan Afrisinia dat ze bevoegd is om te bepalen of iemand wordt overgeplaatst. Dat betekent dat COA dus gewoon akkoord had kunnen gaan met het voorstel van Stichting Afrisinia om administratief uit te plaatsen! Temeer omdat verderop staat geschreven dat: ‘De door het COA verleende opvang is bedoeld om asielzoekers in het kader van de asielprocedure onderdak te verschaffen indien zij daarin zelf niet kunnen voorzien en om hen in het kader van het onderzoek naar hun asielaanvraag voor de IND beschikbaar te houden’. Afrisinia kan in eigen onderdak voorzien! Ook aan dat laatste voldoet Afrisinia door in Den Bosch of Vught te stempelen.

Vervolgens wordt zonder enige schaamte vermeld dat COA loopbrieven en andere documenten uitreikte aan de leden van Afrisinia, zonder met een beschikking te komen. Ook het ongemotiveerde Voornemen volgde pas op 29 juli (twee weken na de mededeling dat tien artiesten van de zestien naar Groningen moesten).

Samen trainen is geen reden om samen te blijven, vindt COA. Over de hechte emotionele band, over de rapporten van NIDOS (voogd van de minderjarigen) waarin staat dat de groep functioneert als een familie, rept COA met geen woord.

Wel heeft het orgaan opeens haast, daarom is tot een kort geding besloten, in plaats van een bodemprocedure. Het AZC Dongen moet immers leeg opgeleverd worden aan de gemeente.

Afrisinia, zestien jongeren afkomstig uit een dictatuur, die zijn misbruikt, mishandeld, verkracht en onderdrukt in hun land van herkomst, is de dupe van koele redeneringen over gelijkheidsprincipes en gerechtelijke procedures. Ook al schuift de IND op in haar mening over Ethiopië. Ook al is het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken met een nieuw ambtsbericht gekomen, waaruit wel degelijk blijkt hoe gevaarlijk terugkeer naar de hoorn van Afrika kan zijn. De IND kan NIET uitsluiten dat de jongeren gevaar lopen als ze uitgezet worden. Dat wordt en passant tijdens de laatste zitting gezegd. Hierover staat meer in het artikel: ‘Russisch Roulette voor asielzoekers’ op deze site.

De bureaucratie is een traag monster……

nonfiXe

17 augustus 2009

Wereld van Verschil

Nederland lijdt aan het controlesyndroom. En Nederland niet alleen. Overal rukt de controle op. Op school, op het werk, op vliegvelden, perrons, snelwegen, sportvelden. Bij ministeries, bedrijven…. Er worden verschillende stickers opgeplakt: toezicht, monitoring, corporate governance, feedback, maar de essentie is dat de samenleving steeds meer in de greep komt van een planning & control cyclus die gericht is op ordening, sturing en regulering.

Variëteit is mooier en spannender


Asiel gezocht
 

Gekozen volksvertegenwoordigers zetten alles op alles om de samenleving in het (lees: hun) gareel te brengen en te houden. Alles en iedereen wordt gelijkgeschakeld, met een beroep op de rechtvaardigheid. Daar kan immers niemand tegen zijn.

Onder de oppervlakte van deze geconstrueerde gelijkheid woekert echter het verschil. En nergens komt dat zo duidelijk tot uiting als in de Wereldmuziek. ‘Het repertoire van de popmuziek is internationaal,’ schrijft hoogleraar Bestuurskunde Paul Frissen in De Staat van Verschil, ‘maar steeds vaker is de taal een dialect – regionale traditie of stedelijke constructie. Alleen al etnisch is onze wereld veelkleuriger dan ooit.’ Liefhebbers van wereldmuziek geven, zonder het te beseffen, een duidelijk politiek signaal af. Zij vinden variëteit mooier en spannender dan uniformiteit. Liefhebbers van wereldmuziek lopen daarmee ver voor op controlfreaks die vermomd als politicus, ambtenaar, manager of schoolhoofd anderen willen dirigeren. Vanuit de optiek van de wereldmuzikant en wereldmuziekfan is politiek & management niet een zaak van plooien en (be)schikken, maar van confronteren en van elkaar leren. Verschillen verrijken het leven. Er hoort wel een houding bij van respect voor anderen. Wie de wereld van verschil ziet als een verrijking, moet niet tegelijk het eigen gelijk en de eigen smaak willen opleggen aan anderen. Dat is inconsistent. Wel mag je de wereld (of beter: de cultuur) van anderen confronteren met jouw wereld (cultuur). Als besnijdenis van jonge meisjes in Senegal en Egypte meer gebruik dan uitzondering is, mag je best jouw mening daar tegenover zetten. Het is aan de ander om hier wel of niet lering uit te trekken. Een politiek die fragmentatie als uitgangspunt neemt, is tevens een politiek die confrontatie als vorm van communicatie hanteert. Dat is geen bevoogding. Het is simpelweg een manier om tegenstellingen vorm te geven. nonfiXe streeft er naar om niet alleen de oppervlakte van de wereldmuziek in beeld te brengen, maar ook deze diepere laag.

nonfiXe, 14 juni 2009

Frank van Empel en Caro Sicking

Cirkel van Herhaling

In Cirkel van herhaling laat Kia Aziz zien hoe politiek én cultuur individuele levens beïnvloedenen hoe mensen daardoor op drift raken.
Velen beschouwen verschil als een gevaar, waardoor familieleden en buren tot vreemdeling worden en vreemdelingen altijd ‘de ander’ zullen blijven.
Kia Aziz schrijft over de verdwaalde vreemdeling die geen thuis
meer vindt.

Kia Aziz schreef korte verhalen over zijn leven en vlucht naar Nederland, over verloren liefde en aangetaste waardigheid, de asielprocedure en het vreemde koude land van aankomst.

In Cirkel van herhaling laat Kia Aziz zien hoe politiek én cultuur individuele levens beïnvloeden en hoe mensen daardoor op drift raken. Fictie die op waarheid berust.

Uit De Weg naar Rome:

‘Hoe ik was? Ik was zoekend. Ik verkende de Europese literatuur en moderne filosofie. Terwijl de relatie tussen die verre Westerse denkbeelden en mij groeide, verdwenen de mentaliteit en cultuur van ons land uit mijn hart.’

Coraline Korevaar gaf vorm aan dit kleine boek.

Deze eerste uitgave van Studio nonfiXe dateert van oktober 2005. Inmiddels is Kia Aziz zelfstandig filmproducent en regisseur. Hij produceerde o.a. the Chair, Viva Silva, Bread,  3rd I.D. Right.

2013: Still I am a stranger, een intiem portret van de desolate dichter Mohamad Omar Osman.

In 2017 komt Taxi Anahit uit: de gedesillusioneerde taxi chauffeur Arthur doet iets wat hem totaal niet past waardoor hij nog verder vervreemdt van zichzelf dan hij al is.

Klik hier voor meer over de films van Kia Aziz.

We hebben nog maar een paar gedrukte exemplaren. 

cirkel-van-herhaling

Wil je ‘Cirkel van herhaling’ in boekvorm lezen? Mail naar info @ nonfixe.nl

€ 7,50 excl. verzendkosten

Omslag: Joost Sicking, de Vreemdeling, olieverf op doek, 1975