// U leest ...

Creatieve destructie

2009-08-22 12.46.35

De overheid speelt een belangrijke rol op vrijwel alle terreinen van het maatschappelijke leven. Regering en parlement bepalen wat er op nationale schaal mag en niet mag, wat moet en wat kan. Op regionale en lokale schaal zijn het soortgelijke instituties die de onderdanen in een strak keurslijf persen. De rechtelijke en uitvoerende macht, die als tegenwicht zouden moeten functioneren – althans volgens de leer van de trias politica, de scheiding van de drie machten binnen de Staat – zijn in Nederland en ook elders volledig ondergeschikt en zelfs dienend. De legitimiteit van deze overweldigende dominantie ontlenen regering en parlement aan het vermogen om mensen en organisaties, met het Wetboek van Strafrecht in de hand, ergens toe te dwingen. Die macht is zo groot dat hij vanzelfsprekend is geworden en niet meer ter discussie wordt gesteld. Dat is echter niet altijd zo geweest. Tot diep in de vorige eeuw hadden de meeste overheden juist erg beperkte opdrachten en bevoegdheden. De politieke processen waren nog niet zo sterk geïnstitutionaliseerd als nu. Er was sprake van ‘discursieve’ politiek. Dat wil zeggen: de besluitvormers bepaalden zelf volgens welke spelregels en procedures ze tot een besluit wilden komen[1]. Zo’n decentrale besluitvorming gaat goed zolang de vraagstukken waarover besloten wordt, een beperkt bereik hebben. Wordt het bereik groter, dan ontstaan er geheid conflicten. Het ene ministerie wil de nationale luchthaven uitbreiden vanwege de extra arbeidsplaatsen die dat oplevert. Een ander ministerie wil juist minder vliegverkeer om de overlast voor omwonenden te beperken. De ene gemeente wil een bos verkavelen. Een aanpalende gemeente wil hetzelfde bos juist behouden als recreatiegebied. Belangenconflicten, chaos, inconsistentie en incoherentie verlammen de decentrale, discursieve politiek. Dit leidt vanzelf tot de vraag of het niet beter is de gefragmenteerde discursieve politiek te vervangen door één enkel overkoepelend besluitvormingsproces voor de hele samenleving, onder regie van een gekozen volksvertegenwoordiging. De discursieve politiek wordt ingepakt in een ‘integraal’ systeem, waar de overheid de dienst uitmaakt. ‘Integraal’ wil hier zeggen dat de vele discursieve processen in de samenleving worden overkoepeld, gecontroleerd en geïntegreerd in één en hetzelfde systeem.[2] Politicologen noemen het een systeem omdat het een structuur is die zichzelf weet te handhaven in de ‘turbulente’ omgeving van de discursieve processen.[3] Dit systeem, is zichzelf gaan versterken, hetgeen leidde tot de huidige buitenproportionele machtspositie van de Staat met zijn vele instituties.

‘De hedendaagse integrale systemen,’ schrijft de Belgische politicoloog Guido Dierickx, ‘zijn erin geslaagd veel meer machtsmiddelen te verzamelen dan de oudere. De nieuwe communicatiemedia, de grotere financiële middelen en de moderne organisatievormen dragen het hunne bij tot een grotere beleidskracht van de overheid.’[4]

Uit het ‘integraal systeem’ kwam de rechtsstaat voort. En daar weer bovenuit torent, als heer en meester de democratie. De democratie kent een aantal spelregels:

  1. het begin van het besluitvormingsproces – de selectie van de problemen (de agenda-setting) wordt volledig vrij gelaten;
  2. het conflict wordt beslecht wanneer een voorstel gesteund wordt door een meerderheid van de individuele deelnemers;
  3. er mag geen vooropgezette, vaststaande doelstelling zijn die kan dienen als maatstaf om de waarde van het te voeren en van het gevoerde beleid te beoordelen.[5]

De democratie werkt als de debatten in het kabinet en het Parlement een goede afspiegeling vormen van het maatschappelijke debat, waarna de gezanten van het volk in de Tweede Kamer de kroon op het werk zetten door de wet- en regelgeving zo bij te buigen dat ze weer up to date zijn.

‘Discussies en democratische besluitvorming moeten op elkaar aansluiten,’ schrijft A.F.A. Korsten in een artikel over discourse analyse. ‘Deze afstemming is in het recente verleden niet steeds goed geweest. Of het nu gaat om de HSL, de Betuwelijn, de onderwijsproblematiek, of de plattelandsinrichting, de consensus van het poldermodel, halstarrigheid van bestuurders en een parlement met te weinig eigenstandige analyse produceerden suboptimale oplossingen.’[6]

Het integraal systeem, de rechtsstaat en de haperende democratie hebben de onderdanen in een wurggreep. Zelfs het allerlaatste machtsmiddel dat gepassioneerde minderheden nog hebben om hun afwijkende ideeën en opvattingen kenbaar te maken aan een groter publiek, het activisme, wordt in oktober 2009 onder vuur genomen door de rijksoverheid, in casu minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken. Hoewel activisten, anders dan extremisten, binnen de grenzen van de wet blijven, dreigt ook deze vrijhaven onder de lange arm der wet gebracht te worden.

NRC-Handelsblad, 12 oktober 2009: ‘Inlichtingendienst AIVD waarschuwt voor de toename van extremistisch geweld door tegenstanders van het opsluiten en uitzetten van vreemdelingen. Deze kleine groep mensen verzet zich op radicale wijze tegen het asiel- en vreemdelingenbeleid van de Nederlandse regering.’

‘Een van de groepen die het illegale verzet bepaalt,’ vult de Volkskrant een dag later aan, ‘is volgens de dienst de Anarchistische Anti-deportatie Groep Utrecht (AAGU). Dat is “complete onzin,” zo laat een AAGU-woordvoerder per mail weten. “Wij gebruiken al jaren dezelfde soort actiemethoden. Directe actie is daar – naast bijvoorbeeld informatie geven, een belangrijk onderdeel van – en dat is soms wetsovertredend (volgens de overheid), maar onze acties zijn altijd geweldloos en openlijk.” De AAGU vindt dat de overheid “zich beter zorgen kan maken over de slachtoffers van het door haar gevoerde vreemdelingenbeleid dan activisme hiertegen criminaliseren”.’

Het systeem houdt zichzelf in stand en elimineert elke mogelijke oppositie. Sterker: het systeem versterkt zichzelf. George Orwell’s 1984, de film The Matrix, de dictatoriale regimes in Afrika en Zuid-Amerika, ze zijn minder ver van ons verwijderd dan de meesten van ons in de gaten hebben. Mensen en organisaties met gevestigde belangen bouwen hun machtsbasis uit, of trachten die op z’n minst te consolideren. Zij beschikken over de financiële middelen, communicatieafdelingen en lobbyisten om veranderingen te blokkeren. Voor een duurzame ontwikkeling van economie, milieu en sociaal-culturele factoren is echter juist innovatie (in de zin van creatieve destructie) noodzakelijk. Immers, bij de huidige stand van zaken is nog geen sprake van een duurzame ontwikkeling van de drie P’s, People, Planet & Profit. Het nieuwe heeft nog geen instituties, belangenbehartigers, lobbyisten, communicatiedeskundigen en spin doctors om zich heen verzameld om politieke en maatschappelijke steun te vergaren. Het nieuwe heeft wél de energie en de aantrekkingskracht van de jeugd. Die steekt scherp af tegen het conservatisme van de economische, ecologische, maatschappelijke en politieke elites van het land en in de provincies. De geschiedenis toont aan dat alle centralistische regimes uiteindelijk het onderspit delven. De Romeinen, de USSR, Hitler Duitsland. Hoe groter de onderdrukking, hoe feller en overtuigender het verzet. Mensen kiezen voor conservatisme, voor houden wat je hebt, in angstige tijden. Als ze vrezen voor hun inkomen, hun baan, hun leven. Maar ze leven op zodra het tij keert, de kleuren oranje en geel het modebeeld bepalen in plaats van het sombere bruin en grijs.

Als de rook om onze hoofden verdwenen is en de zon een warme gloed over de aarde zendt, dan keert ook het tij voor de vernieuwers. Zij zijn het immers die zorgen voor productiviteitsstijging, milieuverbetering, een rechtvaardige samenleving en leven in de brouwerij, niet de doodgravers van de ijzer- en staalindustrie, het olie en gas bonanza, het alles wat geweest is en waar zelfs melancholie een nare bijsmaak heeft.

Flexibiliteit, snelheid, ambitie, authenticiteit, identiteit, creativiteit, bezieling, verbeelding, chaos, bandeloosheid, anarchisme en jeugdig élan winnen het alleen al op klank en gevoel met gemak van stroperigheid, traagheid, inertie, lusteloosheid, gemaaktheid, nietszeggendheid, dodelijke saaiheid, arrogantie, conformering aan wat anderen doen en vinden, naäperij, fantasieloosheid, orde en gezag. De spanning tussen uitersten geeft de vonken die nodig zijn voor verandering. Op weg naar een duurzame ontwikkeling moeten we, of we willen of niet, door de funnel van het conservatisme om het volgende level van vooruitgang te bereiken.

nonfiXe, 181009


[1] Politicologen noemen politieke processen ‘discursief’ als de besluitvormers zelf bepalen volgens welke spelregels en procedures ze tot een besluit zullen komen. Guido Dierickx, De logica van de politiek, uitgeverij Garant, 2005, blz. 89.

[2] Guido Dierickx, De logica van de politiek, Uitgeverij Garant, Antwerpen/Apeldoorn, 4e druk 2005, blz. 102.

[3] Dierickx, blz. 102.

[4] Dierickx, blz. 122-123.

[5] Dierickx, blz. 154-156.

[6] A.F.A. Korsten, bijzonder hoogleraar bestuurskunde van de lagere overheden te Maastricht, in ‘Deliberatieve beleidsanalyse en politiek als vorming van discourscoalities’, over het ontrafelen van discussies over identiteitsgevoelige beleidsvraagstukken, Maastricht,  11 maart 2005, www.arnokorsten.nl.

Share this:
Share this page via Email Share this page via Stumble Upon Share this page via Digg this Share this page via Facebook Share this page via Twitter

Plaats een reactie for “Creatieve destructie”

Plaats een reactie